De titel van het boek
Toen het manuscript eenmaal gereed was, kon ik maar geen titel voor het boek bedenken. Ik wist dat het over muziek, over vriendschap en over het begin van de jaren '80 ging. Maar het lukte me
niet uit die combinatie een titel te peuren. Gefrustreerd kwam ik niet verder dan het motto van het Koos personage in het boek: Het gaat niet om wat het is, maar om wat het zou kunnen
zijn.
Het was de enige titel die ik kon bedenken, maar ik vond het tien keer niks. Te pretentieus, te laf - er schuilt een voorbehoud in en dat is juist wat ik aan zoveel schrijvers haat: dat ze nooit
het achterste van hun tong laten zien - en bovendien was het zo ook nog eens veel te lang.
Misschien had mijn uitgever een beter idee. Ik hoopte het van harte.
Maar ineens hoorde ik de titel Doem Dada in een parkeergarage in Nieuwegein zomaar in mijn hoofd. Eerst moest ik erom lachen, maar hoe meer ik erover nadacht, des te logischer het klonk. Die titel klopte gewoon. Het stond voor de muziek, maar ook voor het sombere gevoel dat wij als jongeren in het begin van de jaren '80 als gevolg van de recessie ervoeren en er zat de broodnodige knipoog in, want ik ben nu eenmaal niet van de serieuze literatuur.
Aanvankelijk vond mijn uitgever het een stompzinnige titel, maar ik wist zeker dat het boek zo moest heten. Sommige zaken dienen zich nu eenmaal aan. Daar heb je geen grip op. De ironie was dat de titel al in het boek stond.
In het boek geef ik er het ritmepatroon mee aan zoals wijlen George Viets - de echte oprichter van The Crimes Of Nature - dat op een druilerige zaterdagmiddag in 1982 in de Grote Zaal van Vera bedacht had en zo ook op zijn ritmebox had ingetoetst. Het is een viermaats met een basaccent op de eerste tel, niets op de tweede tel en twee harde, nazinderende klappen op de derde en de vierde tel.
Voor de geluidsopname gooiden Rooie Paul en Klaasjes er een dot
echo en reverb op, zodat er een dreigend zwaar nummer ontstond. Zo was het net alsof we in een gigantische staalfabriek aan het werk waren. We noemden het nummer Disease.
Hoe goed we het zelf ook vonden, hoe hard George en ik er destijds ook op kickten, het kwam pas echt tot leven toen Monique Duran er een week later haar bizarre banshee klanken op losliet. Woeha!
Na al die jaren vind ik het nog steeds een van de beste nummers waar ik ooit aan gewerkt heb.
Bill Mensema... Schrijver!