Geboren in 1960 groeide ik op in Delfzijl als zoon van een Engelse verpleegkundige en een Groninger zeeman.

Op de middelbare school tekende ik strips, ondermeer gepubliceerd in Secular en Jong Talent.

Na te zijn gesjeesd voor mijn studie Nederlands aan de universiteit,  werkte ik in het Groninger jongerencentrum Vera, waarvoor ik columns, voorbeschouwingen, pamfletten en stripverhalen schreef. In 1983 werd ik hoofdredacteur van De Verakrant, zodat ik niet alleen artikelen schreef maar ook de opmaak verzorgde (in die dagen was ik aanhanger van de Direct Approach wat inhield dat de eerste ingeving de beste was) en vouwde ik me blaren op de vingers.

 

In 1981 stond ik voor het eerst op de planken als leadzanger van
The Crimes of Nature. Aanvankelijk liet onze muziek zich kenschetsen als Industry (zoals Einstürzende Neubauten), later werd het Trashrock (vergelijkbaar met Grunge). We traden we niet alleen in Nederland op, maar ook in België en Italië. In 1986 verscheen ons album Buddha.

Met Rob klein Goldewijk vormde ik tevens het performing poets duo Bob & Bill, waarmee we ondermeer het voorprogramma van één van de oorspronkelijke beatnicks Allen Ginsberg verzorgden. Door zijn hand te schudden was ik maar één stap verwijderd van een van mijn jeugdhelden, de schrijver Jack Kerouac (maar ja, die was op dat moment allang dood).

Ook schreven Rob en ik korte toneelstukken voor het Grand Theatre en het Prinsentheater in Groningen, en maakten we begin jaren '90 een programma voor het Groninger OOG Radio. Het waren vaak hoorspelen, waarvan vooral de vierdelige Godfather parodie "Don Corleoninga uit Uithuizermeeden" erg goed werd ontvangen.

Vanaf 1993 zat ik regelmatig in Amerika (waar ik ook een tijdje in de ICT werkte) dan wel bij mijn familie in Australië. Ik zwierf er rond in de auto, maar ik pakte ook de pen weer op. Juist in Adelaide in Zuid-Australië, met elke dag 35° hitte, schreef ik het liefste over de mistige haven van Delfzijl, grauwe wolken boven het Damsterdiep en de hangende keukens in Appingedam.

Tegenwoordig woon ik in Haren, vlakbij Groningen. Tot mijn stomme verbazing ben ik inmiddels een schrijver geworden. Bij Uitgeverij Passage verscheen in 2008 mijn roman Doem Dada, in 2009 gevolgd door de roman Fietsen met Bob Dylan.

Ook treed ik weer op, met De Rollende Donder Revue, een allegaartje van schrijvers, dichters en muzikanten (waaronder de voltallige Crimes Of Nature), solo met voordrachten en met Letters Met Spetters, waarin diverse Passage auteurs in een rottempo parels uit hun oeuvre aan het publiek presenteren.

In het najaar van 2011 verschijnt - wederom bij Passage - mijn roman Captain Liefie, een boatmovie, maar vooral een schelmenroman met her & der een melodramatische ondertoon.