- Volgens Piet Paulusma zal de storm nog even duren, zegt Jessica tegen haar vriendin.

 

Uithijgend aan de bar zegt de laatste daar niets van te weten.

 

- Ik luister niet naar de commerciëlen, verklaart ze.

- Hij zei het op de regionale radio, zegt Jessica.

- Ik luister ook niet naar de regionalen, zegt haar vriendin.

 

Intussen beukt de storm om het café. Dan valt hij even stil, zet aan en knalt opnieuw door de straten van de stad. Het is hartje winter, maar je waant je in November. Want het regent ook nog eens. Geen zinnig mens waagt zich nu nog op straat.

Dan klapt de cafédeur open. Verschrikt draaien we ons om, als Dajo naar binnen wordt geblazen. Ook de wind duikt het café in, tilt de papieren op die de vriendin van Jessica buiten net moeizaam bij elkaar geplukt heeft (toen ik het café binnenkwam) en zuigt opnieuw een serie A-4-tjes het café uit, de straat op.

 

- Nee hè! huilt de vriendin van Jessica.

 

Ze rent naar buiten en wederom probeert ze overal op straat haar papieren aan de woeste wind te ontfutselen. Vanuit het café kijken wij toe hoe ze dan weer naar de ene kant van de straat holt, dan weer naar de andere kant, waar ze zich bukt, maar net voor ze het A-4-tje daar kan oppakken, jaagt de wind het verder.

 

- Piet Paulusma heeft gewaarschuwd dat de storm nog lang niet voorbij is, zegt Jessica, en dan komt mijn vriendin vanavond naar het café met een stapel papier zonder er zelfs een nietje in te doen. Kun je het geloven?

- Nee, zeg ik.

- Ja, zegt Dajo, ik zie het immers met mijn eigen ogen.

 

Buiten beklimt de vriendin van Jessica aan de overkant van de straat een boom om een in de takken hangend papiertje weg te pakken. Het is het laatste want daarna komt ze weer naar het café.

 

- Heb je ze allemaal? vraagt Jessica.

- Ja, hijgt haar vriendin.

 

Terwijl ze de verfomfaaide papiertjes ordent zie ik buiten Dropje naar het café lopen.

 

- Geen paniek! roep ik als ik met mijn buik over de stapel papier op de bar heen duik.

- Nee! schreeuwt de vriendin van Jessica.

 

Mijn heldendaad pakt verkeerd uit. Door mijn buik is het papier juist in de spoelbak geschoven. Het is kletsnat nu. Onleesbare pulp.

 

- Wat een hondenweer, moppert Dropje intussen bij binnenkomst.

 

 

 

© Bill Mensema, februari 2011