- Khalid houdt zijn adem in.

- Vanwege die toestanden in Libië zeker? vraagt Karin, verschrikkelijke bloedbaden worden daar aangericht. Het gaat daar zoveel erger aan toe dan bij de Egyptische en Tunesische revoluties. Hoeveel doden zijn er al niet in Libië gevallen de laatste dagen… Het is net alsof de Arabische wereld in brand staat.

 

Karin is een goed mens. Ze heeft helemaal geen duiding nodig om zoiets simpelweg verschrikkelijk te vinden. Daar kan ik nog iets van leren.

Zo was ik destijds voor de Amerikaanse inval in Irak. Ik wou dat het gedonder van Sadam Hoessein eindelijk eens afgelopen was. En ook dat het geouwehoer om olie eens definitief voorbij was, want daar ging het natuurlijk vooral om. Van Irakese massavernietigingwapens geloofde ik toen al geen moer. Dat was niet meer dan een flauwekulsmoes van de Amerikanen, waar Europeanen tot mijn verrassing bloedserieus op ingingen.

Maar ik had nooit stilgestaan bij de gevolgen van de invasie voor de Irakezen zelf. Zo ontzettend veel doden zijn daar sindsdien gevallen – zo’n onnodig verlies van mensenlevens – dat ik mij achteraf verschrikkelijk schaam.

 

- Ben je bang dat het zal overslaan naar je vaderland? vraagt Karin.

 

Khalid fronst zijn wenkbrauwen, maar houdt nog steeds zijn adem in.

 

- In Marokko protesteren studenten al dagenlang, gaat Karin verder, terwijl het ook in Algerije flink broeit.

- Daar zit die president met die grappige naam, fluister ik tegen Han.

- Bouteflika, zegt hij.

 

Maar een echt grappige kerel is die president niet. Net als zijn collega’s in de Arabische wereld regeert hij met ijzeren knoet terwijl hij en zijn vriendjes zich een groot deel van de wel degelijk aanwezige welvaart toe-eigenen. Een veel te groot deel van het volk blijft daardoor straatarm, zonder hoop op een betere toekomst.

 

- Ik begrijp heel goed dat Khalid zijn adem inhoudt, zegt Karin terwijl ze bij Jessica een rondje voor ons allen bestelt, ik moet er ook niet aan denken dat er nog zoveel doden vallen. Waarom moet het steeds weer zo gaan?

- Die machthebbers hopen zo nog tijd te winnen om hun miljarden veilig te stellen, zeg ik.

 

Ik kan mezelf niet helpen: ik blijf maar duiden.

Ondertussen begint Khalid weer diep te zuchten. Hij houdt zijn adem niet langer in.

 

- En? vraagt Han aan Khalid, is je hik nou voorbij?

- Ja, zegt Khalid.

- Voel je je weer beter?

- Nee, ik ga naar huis. Ik wil mijn neef bellen.

 

 

© Bill Mensema, februari 2011