Robert Allen Zimmerman, alias Bob Dylan, werd op 24 mei 1941 geboren in Duluth, Minnesota. In dit kleine havenstadje, gelegen aan de uiterste westpunt van het Bovenmeer, was niet veel te beleven. Ooit was Duluth de stad met de meeste miljonairs in de wereld, maar dat was in die dagen allang niet meer het geval.

 

Op zijn achtste dag werd de kleine Robby besneden met de naam Shabtai Zisel ben Avraham. Toen hij vijf jaar oud was verhuisde hij naar Hibbing, een mijnstadje, honderd kilometer ten noordwesten van Duluth, waar nog minder te doen was dan in zijn geboortestad. De jonge Robert luisterde naar de radio. Vanuit de verre zuidelijke staten kwamen de geluiden van blues, country en rock 'n' roll tot hem
en hij wist al snel wat hem te doen stond. Hij leerde zichzelf gitaar en piano spelen en richtte enkele jaren later zijn eerste band op: The Golden Chords.

In 1959 begon hij aan een letterenstudie in Minneapolis, de stad met het grootste winkelcentrum in de Verenigde Staten. Hij bracht zijn studietijd voornamelijk door in het naburige Dinkytown, waar hij rondhing met de plaatselijke folkscene en zich begon te introduceren als Bob Dylan.

Begin 1961 gaf hij zijn studie op en vertrok naar New York. Daar bezocht hij zijn aan het ziekbed gekluisterde idool Woody Guthrie. Voor hem speelde hij zijn songs en las hij gedichten voor. In The Big Apple trad Dylan vervolgens voor weinig geld op in kleine gelegenheden, altijd met gitaar en een mondharmonica, die hij met een kleerhanger om zijn nek hing.

In 1962 krijgt Dylan zijn eerste platencontract bij Columbia, nadat criticus Robert Shelton een zeer lovend stuk over hem geschreven had in de New York Times. Het eerste album wordt geen succes. Dylan klinkt als een oude man die terugkijkt op een miserabel leven en dat sloeg niet aan bij de vrolijke jongelui die zijn platen moesten kopen. Maar in 1963 verscheen The Freewheelin Bob Dylan, de plaat die hem zijn grote doorbraak bezorgde. Vanaf dat moment gloorde de
toekomst van de rock 'n' roll als een helder licht boven het land van de ongekende mogelijkheden.

Bob Dylan ontwikkelde zich vervolgens tot de grootste singer/songwriter aller tijden. Hij schreef honderden songs met de meest fantastische teksten die uitkwamen op tientallen, telkens weer verrassende albums. Daarbij ontsnapte hij telkens op succesvolle wijze aan de hokjes waarin men hem probeerde te stoppen. Hij veranderde van een protestzanger in een romantisch dichter, van een
wereldverbeteraar in een cynicus, van een folkzanger in een rocker, van een atheïst in een Christen, van een eenvoudige boerenlul in een potentiële Nobelprijswinnaar. Om de verwarring ten top te voeren schreef hij enkele boeken, trad hij op als filmacteur en maakte hij beeldende kunst.

De vraag rijst momenteel of er op deze wereld volwassen mensen zijn die nog nooit een song van Bob hebben gehoord. Het antwoord is waarschijnlijk nee. Dat maakt hem populairder dan Jezus. Zou hij dan toch…?

© Raymond Vuursteen