Het grote indianenopperhoofd Crazy Horse werd in 1849 geboren in een stacaravan in de buurt van Pine Ridge, in Zuid Dakota. Pine Ridge is een soort Peize. Het was een mooie dag.

Om het te verifiëren ben ik er zelf geweest. In Peize konden ze me niet helpen, maar in Pine Ridge wel.

-    Was het zo? vroeg ik.

-    Ja, zeiden de indianen. Het was zo.

-    Was het ook echt een mooie dag?

-    Nee, zeiden ze. Het was eerder een druilerige dag. Maar dat heeft de vader van Crazy Horse verzonnen.

-    Waarom deed hij dat? vroeg ik.

-    Because he was a crazy guy, zeiden ze. Crazy.

Crazy Horse groeide voorspoedig op. Anders dan de meeste indianen had hij bruin krullerig haar. Aanvankelijk noemde men hem Curly. Iedereen vond het een mooie naam. Het opperhoofd. De squaws. De krijgers. De papooses. De medicijnman. De melkboer. Iedereen zei ook dat ze zelf graag Curly hadden geheten. Maar stiekem waren ze maar donders blij dat ze niet zo heetten.

-    It's a crazy name, zeiden ze. Crazy.

Curly werd een behendige krijger. Hij gaf iedereen van katoen, want men bleef maar flauwe grapjes maken over zijn naam. Eerlijk gezegd had hij gewoon lange tenen, want dat deden ze met iedereen. Zo werd zijn beste vriend vanwege een probleem met de stoelgang Luide Donder genoemd. Zijn achterneef werd Dikke Lul genoemd, vooral door zijn bloedeigen vader, die overigens Ouwe Lul heette. En
dan was er nog zijn jongste broer - een populaire jongen - die door de squaws Krabbetjes werd genoemd.

-    Crazy names, zeiden de indianen. Crazy.

Natuurlijk waren de blanken de werkelijke vijand. Ze wilden meer land. Ze wilden Lebensraum, ook al waren ze niet eens Duitsers. Moeder Aarde was niet meer van ons allemaal, maar werd in het vervolg in stukken gemarkeerd, geregistreerd, geprivatiseerd en geëxploiteerd. Termen als winstbejag en efficiency begonnen nu
ook over de uitgestrekte prairie te waaien.

-    They are crazy people, zeiden de indianen. Crazy.

Zoals het gaat met bezit, dient het met hand en tand te worden verdedigd, vooral tegen degenen die er vroeger zacht en vrij overheen liepen. In eerste instantie walsten de blanken over de indianen heen met hun geweren en kanonnen. Hele kampen werden bloeddorstig uitgemoord. Met getrokken sabels reden de cavaleristen zo'n kamp binnen, juichten "Vrouwen en kinderen eerst!", waarna ze
iedereen aan hun lange messen regen.

Maar de indianen lieten het niet op zich zitten. Ze vochten terug. De dapperste krijger van allemaal was Curly. Hij bedacht steeds weer een nieuw plan, zette een volgende hinderlaag op, en gaf die verdomde blanken op hun vet.

-    He was a crazy guy, zeiden de indianen. Crazy.

Steeds weer wist hij te ontkomen aan zijn belagers. Hij was snel als de wind. Iedereen was trots op hem. Vooral zijn vader. Die gaf z'n zoon zelfs zijn eigen naam. Eerst heette de vader Crazy Horse. Vanaf nu was het de zoon die zo heette. Natuurlijk moest de vader zelf ook weer een naam krijgen. Hij sprak met z'n zoon Krabbetjes af zich te noemen naar het eerste wezen dat hij de volgende dag zou zien. Die ochtend kroop een worm over zijn neus waardoor hij wakker werd. Vanaf dat moment stond de vader van Crazy Horse bekend als Worm.

-    He was a crazy guy, zeiden de indianen. Crazy.

In de zomer van 1876 kleurde de prairie rood. Zoveel bloed had er nog niet eerder gevloeid. Generaal Custer was met zijn 7e Cavalerie op jacht. De enige goede indiaan was een dode indiaan. Op dat moment had hij al een behoorlijke kerfstok, maar hij wilde ze nu allemaal uitroeien. Daarna verwachtte hij de volgende president van de Verenigde Staten te worden.

Custer had lang blond haar. Hij zag eruit als een hippie.

-    He was a crazy hippy, zeiden de indianen. Crazy.

De indianen hadden zich intussen bij Little Big Horn verzameld en bij de kleine rivier een kamp opgeslagen. Ze maakten zich op voor de finale veldslag met de blanken.

Maar Custer en zijn cavaleristen hadden het kamp vroeg in de ochtend al gevonden. Opnieuw trokken zij hun sabels. Maar deze keer hadden de indianen zich tijdig verscholen. Nog voor de cavaleristen wisten wat hun overkwam, werden ze van alle kanten door de indianen te pakken genomen. Een handjevol wist te ontkomen, maar de meesten werden afgeslacht.

Op Custer na werden de lijken vervolgens onthoofd. Zo had het opperhoofd Sitting Bull het in een visioen gezien en zo moest het gebeuren.

-    That was a very crazy guy, zeiden de indianen. Very crazy.

Na de slachtpartij gingen de meeste indianen naar Canada. Crazy Horse niet. De trotse krijger wilde zijn land niet verlaten. Dat had hij beter wel kunnen doen. Hij werd gevangen gezet in een hut in Fort Robbins. Op een zekere dag werd hij neergestoken door zijn oude vriend Little Big Man. Hij bezweek voor de deur.

De hut staat er nog steeds, niet al te ver van Pine Ridge. Tegenwoordig staat er een gedenkteken voor. Ik ben er geweest. Ik ben er vier keer omheen gelopen. Het is geen mooie aanleiding, maar zo weet ik zeker dat ik ooit het pad heb gekruist van Crazy Horse.

-    You are another crazy guy, zeiden de indianen. Crazy.

© Bill Mensema