‘Ik ben goed in

 

 

liefdesverdriet’

 

 

Bill Mensema presenteert Captain Liefie

 

Captain Liefie, de centrale figuur in het nieuwe gelijknamige boek van Bill Mensema (1960), wordt bijna gek van verlangen naar Susie. Uitgangspunt voor zijn derde roman, waren de eigen gevoelens van de auteur: ‘Ik ben ook heel goed in liefdesverdriet.’

Mensema werd niet zo lang geleden verliefd. Op een vrouw die al een relatie had. Zij koos uiteindelijk voor haar partner, waarna de in Delfzijl opgegroeide taxichauffeur behoorlijk wat tijd nodig had om dat te verwerken: “Ik ben daar blijkbaar goed in. Ik heb zelfs een keer zes jaar liefdesverdriet gehad. Ik begon aan het boek met het idee dat ik haar ermee kon terugwinnen. Het tegengestelde gebeurde: ik schreef het van me af. Toen het klaar was, kon ik afstand nemen.”

 

Captain Liefie is zoals Mensema zou willen zijn: een Alfa-man. Hij wordt weliswaar heen en weer geslingerd door zijn emoties, maar gaat niet bij de pakken neerzitten. “Het is een echte kerel. Voor de duvel niet bang. Ondanks het allesverterende verdriet om de tandartsassistente uit Leer is het bepaald geen zielepiet.”

 

Schelmenroman

Uitgeverij Passage noemt het een schelmenroman. Een soort van roadmovie, in dit geval een boatmovie, waarin de vrienden Bill en Han, die eerder in de boeken van Mensema acteerden, met een lijk door het verlaten Noord-Duitse en Groninger land zeulen. Het lijk is de overleden oom van Han, losjes gemodelleerd naar de Ambonese percussionist Neppie Noya. De man had drie wensen. Hij wilde nog een keer bungeejumpen, op een rijdende trein staan zoals Leonardo DiCaprio en Kate Winslet in Titanic én met dolfijnen zwemmen. Dus staan Bill en Han tante Carola bij in het vervullen van die drie wensen.

Al bij het bungeejumpen gaat er iets mis, want het lijk klapt op de boot Herz van Captain Liefie, die op het moment suprême onder de boogbrug doorvaart. Door de klap blijft het hoofd van Neppie achter op het schip en de drie moeten in de achtervolging. De schipper biedt een helpende hand, omdat hij over de juiste contacten beschikt en wensen twee en drie worden vervuld. Oom Neppie wordt op de magneetzweeftrein in Lathen gebonden en omdat er in deze streek geen dolfijnen zijn, maar wel zeehonden, belanden ze in Pieterburen. Daar laat Lenie ’t Hart zich in het nachtelijke uur van een tot dusver onbekende kant zien.

 

Lathen

“Een vriend van mij woont in Lathen. Ik heb de beschreven boottocht zelf diverse keren gedaan. Oost-Friesland ligt in het verlengde van Groningen, het is mijn wereld. Ik hou van Duitsland. Zodra je over de grens bent is er meteen een andere sfeer. De auto’s gaan er weliswaar twee keer zo snel als hier, het leven verloopt er trager. Het is net of ik terugkeer naar mijn jeugd. Er zelf wonen gaat moeilijk, want ik heb last van hooikoorts. Ik moet in de buurt van water blijven. Maar ik hou ook van Groningen. Als ik in de taxi zit kijk ik hoe het land erbij ligt. De Marne is het mooiste stukje van deze provincie. Ik heb een zucht naar leegheid. In Amerika zoek ik de prairies op. Ik voel me rustig daar.”

Bij Mensema is muziek nooit ver weg. Zijn debuutroman ‘Doem dada’ concentreerde zich rond poppodium Vera in de jaren tachtig en ‘Fietsen met Bob Dylan’ mondde uit in een ontmoeting met een zijner idolen. Een andere grootheid, Udo Lindenberg en nog meer gitarist Thomas Kretschmer van diens Panikorchester spelen bijrollen in Captain Liefie. “Kretschmer was mijn held. Op zeker moment verdween hij echter uit beeld. Ik dacht: waar is die vent? Wat er met hem is gebeurd, dat wordt langzaam duidelijk.”

 

Herman Sandman